Hobbycentrum Nijmegen
Cliënten van zorginstelling Pluryn, veelal met een niet-aangeboren hersenletsel en/of andere lichamelijke beperkingen, kunnen hun dag doorbrengen in Hobby Centrum Nijmegen. Ze zijn niet langer meer alleen onder elkaar, maar werken samen met andere hobbyisten uit de regio. Het was een gewaagde stap naar inclusie, zeggen de betrokkenen. Maar wel een succesvolle.
Een zorginstelling die bewust haar activiteitencentrum sluit en haar cliënten vervolgens dagbesteding aanbiedt bij een reguliere organisatie, kiest niet de makkelijkste weg. Zorginstelling Pluryn deed het twee jaar geleden: haar activiteitencentrum in Malden sloot de deuren. De cliënten werd een nieuwe werk –of hobbyplek aangeboden midden in de maatschappij. Een van die plekken was Hobby Centrum Nijmegen (HCN) waar Pluryn een samenwerking mee aanging. HCN is oorspronkelijk opgericht voor mensen zonder baan of een klein dienstverband.
Voor de cliënten - die veelal een complexe handicap hebben - was de keuze voor sluiting van hun eigen activiteitencentrum een grote schok, vertelt Sascha Stoffelen, projectleider inclusieve dagbesteding. “We wilde het veranderproces en keuzes daarin graag samen met de mensen zelf maken en ze er vroegtijdig in betrekken. Dat bracht veel onrust en onduidelijkheid en dat is net wat deze mensen niet nog eens extra kunnen gebruiken in hun leven.”
Twee jaar later blijkt deze stap naar inclusie toch heel succesvol. Zo’n 38 cliënten van Pluryn maken gebruik van de activiteiten in HCN. Dagelijks hobbyen zestien cliënten, ondersteund door medewerkers van Pluryn, samen met de oorspronkelijke deelnemers van het hobbycentrum. Zij kunnen zelfstandig meedoen aan verschillende activiteiten, cliënten kunnen zelf naar binnen lopen en aan de slag gaan. “Ze ervaren dat ze midden in de maatschappij staan”, zegt teamleidster dagbesteding Alie van der Sluis die regelmatig haar cliënten hierover spreekt. “Ik hoor veel van hen zeggen: ‘ik voel me weer een normaal mens’. Dat de impact zo groot is, daar schrik ik wel eens van.”
Dagbesteding bij HCN, dat jaarlijks 1250 deelnemers heeft, is een goed voorbeeld van hoe inclusieve dagbesteding zou kunnen zijn voor mensen met een zware handicap, zeggen Stoffelen en Van der Sluis. Niet het vinden van een betaalde baan is daarbij het enige middel, maar integreren in de maatschappij, via vrijwilligerswerk of hobby dat bij de cliënt past en waar hij zelf voor kiest. “Je ziet het hier ontstaan: gehandicapten en niet-gehandicapten ontmoeten elkaar. Ze helpen elkaar tijdens activiteiten, drinken samen een kop koffie tijdens de pauze. Wij hoeven het niet meer te organiseren, het gebeurt gewoon.”
Vanzelfsprekend ging dat niet. Cliënten en begeleiders van Pluryn, deelnemers en personeel van HCN: iedereen moest wennen aan de nieuwe situatie. Van der Sluis: “Onze medewerkers werken nu met een ander doel: niet het creëren van activiteiten maar aansluiten op wat de cliënt zelf kan en wil, dat vergt een omslag.”
Op de cliënten wordt een ander appel gedaan, zegt Van der Sluis. “Als je mensen met dezelfde beperking bij elkaar zet, is afwijkend gedrag sneller geoorloofd. Maar hier is de basis anders. Mensen zijn gelijkwaardig, daardoor is de handicap minder zichtbaar.” Ze blikt terug op de jaarlijkse ledenvergadering van HCN, waarin een deelnemer vroeg hoeveel gehandicapten er nog bij zouden komen. “Een van onze cliënten ging toen in gesprek en stelde tegenvragen. Dat heeft de sfeer en het zelfvertrouwen van de cliënt veel goed gedaan.”
Ook Ton Jacobs, directeur van HCN, herinnert zich het moeilijke begin. “Het was zoeken naar een goede balans. Hoeveel rolstoelgebruikers laten we bijvoorbeeld toe? Want straks kan niemand meer aan tafel zitten.” Die balans is gevonden. “Onze ervaringen met Pluryn zijn heel positief. We maken gebruik van elkaars professie en organiseren veel activiteiten samen. Het geheim? Je moet het willen en accepteren dat mensen anders zijn. Nu zijn we als een grote familie.”
‘Tussen mensen zonder beperking voel ik mij lekker’
Het activiteitencentrum in Malden was bijna een tweede thuis voor Hans Bons (49). Al elf jaar kwam hij er meerdere dagen per week. Om te schilderen, te computeren of te werken op de houtafdeling. De overgang van Malden - waar Hans in een woonvorm van Pluryn leeft - naar Hobby Centrum Nijmegen was dan ook heftig.
“Aan het begin vond ik het niks. Er was veel onduidelijk en het gaf een bepaalde onrust”, zegt Hans die door zuurstofgebrek bij zijn geboorte in een rolstoel zit. “Ik moest ineens met de taxi. Dat was omschakelen. Maar nu ben ik er helemaal aan gewend.”
Drie dagen per week bezoekt hij HCN. Met veel plezier, zegt Hans. “Op het activiteiten centrum van Pluryn werkte ik alleen maar met mensen met een beperking. Dat is hier niet zo. Ik vind dit een hele vooruitgang. Mijn wereld is groter geworden. Ik zie andere gezichten, hoor andere verhalen. Ik heb het gevoel dat ik andere mensen leer kennen.”
Ook beoefent hij nu nieuwe hobby’s. “Mozaïeken bijvoorbeeld, ik had niet verwacht dat priegelwerk te kunnen doen, was te huiverig om het te proberen. Hier werd het me aangeboden en het gaat me goed af. De begeleiding geeft me aanwijzingen maar ik moet het vervolgens zelf doen. Ik heb niet het gevoel dat ze me bij de hand moeten nemen.”
Zijn begeleiders twijfelden of een regulier hobbycentrum wel de juiste plek zou zijn voor Hans. Zou hij de vele prikkels aankunnen? Nu zien ze hem genieten, koffie drinken met andere deelnemers en nieuwe vaardigheden leren. Niet dat dit moet, Hans doet het uit zichzelf. “Iedereen kent me hier. Ik durf op anderen af te stappen en een praatje te maken. Ik heb het gevoel dat ik me hier beter kan ontwikkelen omdat ik me tussen mensen zonder beperking lekkerder voel. Je moet gewoon jezelf blijven en je niet anders voordoen dan je bent. Thuis ga ik veel sneller naar de winkel om boodschappen te doen. Vroeger vond ik dat eng, nu heb ik meer zelfvertrouwen .”
‘We geven elkaar raad’
Martha Kortenhof (77) komt al 22 jaar in Hobby Centrum Nijmegen. Ze maakt graag kaarten. Toen twee jaar geleden de eerste cliënten van Pluryn hier kwamen werd er wel wat gemopperd, vertelt mevrouw Kortenhof. “We moesten ruimte en leiding inleveren. Zelf heb ik het nooit erg gevonden. Aan het begin zaten we in dezelfde ruimte, gescheiden door kasten. Nu zijn die kasten weg en kunnen we bij elkaar gaan zitten als we dat willen. We geven elkaar raad en maken grappen.”
“We zijn goed met elkaar hoor”, benadrukt Kortenhof. “Het zijn toch ook gewone mensen! Zelf mankeer je ook van alles als je ouder wordt. Sinds de mensen van Pluryn hier zijn, lijken ze veel vrijer. Aan het begin kwamen ze ’s ochtends stilletjes binnen en zeiden niets. Nu groet iedereen elkaar goedemorgen.”
<< Terug naar het nieuwsoverzicht